“Men deelt ons uit Utrecht mede, dat aldaar door de studeerende pharmaceuten (civiele) eene Vereniging is opgericht onder den naam: Unitas Pharmaceuticorum met als praeses Dhr. A.N.J. Vos en secretaris Dhr. W.J. Schutte.”

Zo luidde het eerste levenslicht van het eerste Unitas Pharmaceuticorum dat op 4 februari 1875 werd opgericht. De activiteiten die toen werden ontplooid waren voornamelijk van wetenschappelijke aard.
Op 11 november 1885 werd echter zonder duidelijke reden, het eerste Unitas Pharmaceuticorum opgeheven. Waarschijnlijk gebeurde dit door de toenemende frictie tussen Corpsleden en niet-Corpsleden.

Gerelateerde verenigingen in Utrecht

Op 6 december 1887 werd door Corpsleden het Utrechtse Farmaceutische corps Dispuut “Dr. C.W. Scheele” opgericht. Hiervan mochten alleen Corpsleden lid worden.
Op 7 november 1889 werd de studentenvereniging “Libertas” opgericht met het doel een grote studentenorganisatie naast het Corps te worden.

Heroprichting U.P.

Op de sociëteit JJESA van Libertas (een algemene studentenvereniging voor niet-corpsleden) aan de Keistraat werd op 12 november 1894 een vergadering belegd door acht studenten in de Farmacie. Hier werden de beginselen vastgelegd voor een op te richten studentenvereniging voor farmaceuten.
Op de tweede vergadering op 16 november 1894 wordt toenadering tot en het zoeken van contact met “Dr. Scheele” afgewezen en als waarderend aandenken aan haar voorgangster werd de naam “Unitas Pharmaceuticorum” gekozen. Op deze vergadering is het proces-verbaal van oprichting opgemaakt en ondertekend door 21 studenten. De oprichting van “Unitas Pharmaceuticorum” is een feit.

Zo was het voor de farmaceutische studenten, niet-corpsleden, mogelijk geworden “door een opgewekt vereengingsleven in een wetenschappelijk gezelschap elkander op weinig bekende terreinen voor te lichten en in verheffenden wedstrijd te bekampen”, aldus het eerste jaarverslag.

In het begin waren de activiteiten van Unitas Pharmaceuticorum niet erg afwijkend van die van het eerste U.P. Op 8 februari 1895 stelde het voorlopige bestuur de reglementen op. Hierin staat als eerste het bevorderen van de studie der Farmaceutische wetenschappen, wat inhield dat men voornamelijk wetenschappelijke activiteiten ondernam. Er werden dan ook vooral vakgerelateerde lezingen gehouden. De leden moesten minimaal eenmaal per jaar een spreekbeurt houden. Slechts als men een zeer goede reden had, wilde het bestuur nog wel eens dispensatie verlenen.

In de jaren dertig ging men steeds meer niet-wetenschappelijke activiteiten organiseren, zoals bridge drives, tennistoernooien, Sint-Nicolaasvieringen etc.

Dames bij U.P.

Uit de oudste geschiedenis van blijkt het streven om de damesstudenten zorgvuldig buiten het verenigingsleven te houden. Dat zij er wel waren bewijzen de notulen van een vergadering van 1896: “Aan de orde is de kwestie of het wenschelijk is dat pogingen worden gedaan om ook damesstudenten op de vergaderingen te introduceren, doch daar het bleek dat het gevoelen van de meerderheid der leden er tegen was, werd er van afgezien.” Er wordt verder niet meer over gesproken tot in de vergadering van 30 oktober 1900, waar de eerste dame lid werd.

Het bleek een zeer ruimdenkende vereniging: al vanaf 1899 mochten dames lid worden van de vereniging! Pas op 31 oktober 1900 werd de eerste dame lid van de vereniging. De eerste vrouwelijke praeses was Mw. kooiman in 1918.

Locaties Farmacie en U.P.

In de loop der jaren is er geregeld sprake geweest van verhuizingen. In 1876 werd bij de wet vastgelegd dat elke universiteit een hoogleraar in de artsenijbereidkunde moest aanstellen. In Utrecht werd Dr. Hendrik Wefers-Bettink hiervoor benoemd. Hij doceerde de toenmalige studenten in de Minrebroederstraat. Deze locatie werd echter al snel te klein en in 1884 was dan ook een verhuizing nodig naar een nieuw laboratorium aan de Rijnkade op de Mariaplaats.
Hier kregen de studenten les ten tijde van de oprichting van het tweede U.P.
In 1915 was weer een grotere locatie nodig en werd het Pharmaceutisch Laboratorium aan de Catharijnesingel in gebruik genomen, hier zat de U.P.-kamer in de kleder. Deze kreeg toen al snel de naam U.P.-hol toebedeeld. Hier is decennia lang de farmacie gedoceerd tot in 1992 een verhuizing naar de Uithof plaatsvond, naar het F.A.F.C. Wentgebouw. Daar heeft U.P. jarenlang gehuisd gezeten op de 7e verdieping in een kamer zonder ramen. In 2003 kreeg UP een ruimere kamer met ramen, maar de inmiddels ingeburgerde term ‘U.P.-hol’ blijft behouden.

Binnen het Went gebouw is er nog een verhuizing geweest binnen het U.P.-hol zelf. De voorste kamer was eerst het kantoor en de achterste kamer de ledenruimte, dit is in 2004-2005 omgedraaid.

In april 2011 is het U.P.-hol verhuisd naar kamer 0.37 in het David de Wiedgebouw, ook hier bleef de naam U.P.-hol behouden. Tijdens de verhuizing zijn de glas-in-lood ramen die op weg naar het U.P.-hol hingen in het Went meeverhuisd naar het DDW, waar ze nu opgeslagen staan. Ook is het eeuwfeestblok mee verhuisd, deze staat ten toon bij de ingang van het DDW.

Omdat er extra werkplekken vrijgemaakt moesten worden voor nieuwe farmaceutische onderzoeksgroepen in het David de Wiedgebouw moest U.P. sneller dan verwacht weer verhuizen. In januari 2016 is het U.P.-hol verhuisd naar het Buys

Ballotgebouw 2.83, dichtbij het nieuwe Koningsbergergebouw. Het Koningsbergergebouw is in september 2015 geopend als nieuw gebouw voor alle Bètastudies, dus ook voor Farmacie. De oppervlakte van het nieuwe U.P.-hol is hier ongeveer verdubbeld en ook is nu het logo op de muur geschilderd. De glas-in-lood ramen en het eeuwfeestblok zijn nog steeds te vinden in het David de Wiedgebouw, waar nu ook nog het departement Farmaceutische Wetenschappen zit.

Ter nagedachtenis aan het onderwijs op de Catharijnesingel is de fraaie toegangsdeur bewaard gebleven en heeft een mooi plekje gekregen in de tuinen van het universiteitsmuseum. De deur staat in de Regiustuin. In deze tuin, vernoemd naar de botanis Prof. Henricus Regius, staan de planten die vroeger betiteld werden als “cruyden als tot oefeninge van de pracktijck in de medicijnen allermeest nodig worden bevonden”. De planten zijn niet gerangschikt naar soort, maar volgens de kwalen waartegen ze werkzaam zouden zijn. Koorts, kiespijn, leverkruiden, etc.

U.P.-lied

Ten tijde van het onderwijs aan de Catharijnesingel vond ook het 8ste lustrum van U.P. plaats in 1934. Tijdens dit lustrumjaar werd ook een prijsvraag gehouden, namelijk voor het maken van een U.P.-lied. Het lied geschreven door Dr. J.H. Ligterink won deze prijs. De melodie werd in de loop der jaren vergeten. Tijdens het 17e lustrum in 1979 zijn ze op bezoek gegaan bij de oorspronkelijke schrijver en is het lied in ere hersteld.

In 1998 heeft het U.P.-lied de prijs gewonnen voor het beste studentenlied.

Tevens zijn in 1998 twee coupletten toegevoegd aan het oude U.P.-lied. Deze coupletten zijn geschreven door de ereleden.

In 2015 zijn de oudere coupletten met de nieuwere coupletten omgedraaid en zingen we de coupletten uit 1998 eerst. Het volledige lied wordt nu alleen op bijzondere gelegenheden gezongen

Almanak

1986 is het jaar dat voor het eerst een almanak is gemaakt door de gelijknamige commissie. Sindsdien wordt elk jaar een prachtige foliant in elkaar gezet.

Erevoorzitters

Op de vergadering van 8 gebruari 1895 werd besloten het erevoorzitterschap aan te bieden aan de hoogleraar Prof. Wefers Bettink, die zich bereid verklaarde het te aanvaarden. Op de veertiende dies in 1908 werd tot erevoorzitter Prof. N. Schoorl geïnstalleerd, die als opvolger van Prof. Wefers Bettink naar Utrecht gekomen was.

Loop van de tijd

In de loop der tijd streefde de vereniging, naast haar wetenschappelijke belangen, naar een vriendschapsband onder de farmaceuten.

In 1936 werd de heropname van ‘prae-candidaten’ als lid naar voren gebracht, wat leidde tot de subvereniging ‘Galenus’.

Over de oorlogsjaren is er in het archief van U.P. niets te vinden. Het was voor de studenten een bijzonder moeilijke tijd om te werken en aan feesten werd niet gedacht, in 1944 is het tiende lustrum dan ook niet gevierd.

Vele studenten waren actief in het verzet en moesten later onderduiken om niet naar Vught gevoerd te worden. In 1943 is het laboratorium diverse malen omsingeld en is er ook in het gebouw een razzia (drijfjacht) gehouden. Het laboratorium is gedurende deze jaren wel altijd open geweest, van september 44 tot mei 45 kon er echter  niet meer gewerkt worden, daar er geen gas, elektriciteit of verwarming was. Enkele leden van de wetenschappelijke staf, assistenten en personeelsleden die ondergedoken waren sliepen op de zolder, in de winter bij een temperatuur van -20 °C. Een geheime kabel van het laboratorium werd gebruikt om wat elektrische verwarming te hebben en om pap te kunnen maken. De binnentuin stond in deze tijd vol met tabak.

Het eerste jaarverslag wat weer te vinden is is deze van het jaar 1947-1948. De jaarverslagen uit dit jaar en de jaren erna vermeldden weinig bijzonderheden.

Op 7 november 1961 is het 200-ste U.P.-lid geïnstalleerd. Het is alleen jammer dat, hoewel door een goede traditie alle farmaceutin lid zijn van U.P., slechts een kleine groep bij de activiteiten aanwezig was. “Men zou het kunnen vergelijken met een preparaat dat 100% zuiver is maar slechts een geringe werking heeft, aldus het lustrumverslag 1959-1964.